Willem Roda is een roman geschreven door Eli Heimans gepubliceerd 1889...
Inhoud : Willem Roda woont met zijn ouders en zuster Emilia op de Bocht van de Herengracht te Amsterdam. Het is een rijk en voornaam gezin. Emilia verlooft zich met Herman Borgers en op dit feest zingt Willem, samen met de zuster van Herman, Emma Borgers voor het verloofde paar. Dan komt een goede vriend van vader, de advocaat Omens, vertellen dat Howell & Co. te Londen failliet is, zodat ook de familie Roda al hun geld verloren heeft.
De familie moet verhuizen naar een bovenhuis en vader moet als boekhouder gaan werken. De verloving tussen Emilia en Herman wordt verbroken, en Herman vertrekt naar Australië. Willem wordt op school erg gepest omdat ze nu arm zijn. Op een dag wordt hij zo driftig, dat hij "een schooier" bijna dood slaat. Hij wordt opgepakt en in het Rijksopvoedingsgesticht "De Kruisberg", nabij Doetinchem, opgesloten.
Hieruit ontsnapt hij, samen met zijn vriend Kees Knol, met behulp van twee jongens van het gymnasium. Hij verblijft enige tijd op de Veluwe in een plaggenhut bij boer Branse. Vandaar uit trekt hij verder naar Limburg, waar hij een onderkomen vindt bij Volsteke, die werk voor hem vindt als gids in de grotten van de Sint Pietersberg.
Op een dag redt hij een verdwaalde Engelsman, Lord Greybury, uit de grot. Deze is hem zo dankbaar, dat hij besluit Willem mee te nemen naar zijn bezitting in Australië. Op Darling-station is Mr. Walebone de squatter, hij is oneerlijk en Lord Greybury maakt zich niet bekend als eigenaar om hem zo te ontmaskeren.
Willem heeft zijn zuster beloofd om Herman Borgers te gaan zoeken op de goudvelden. Dat doet hij, samen met Kees Knol, die hij tot zijn verrassing ook in Queensland weer tegenkwam, en Lord Greybury. Onder leiding van de gids Jacky, maken ze levensgevaarlijke avonturen mee met de zwarte bewoners. Toch lukt het ze om Herman te vinden.
Lord Greybury heeft zich ondertussen als eigenaar bekend gemaakt en Mr. Walebone wordt verdreven. Nu werken Willem, Kees en Herman op Darling-station als squatters en brengen het bedrijf tot bloei.
Drie jaar later keren ze rijk terug naar Amsterdam, waar Willem herenigd wordt met zijn ouders...
Fragment uit het boek:
Ja, daar ginds aan het eind van de gang lag een voorwerp, waarvan de omtrek niet te onderscheiden was. De fakkel viel Willem uit de sidderende handen, zijn knieën knikten. Op den tast kroop hij voort, geen geluid hoorde hij meer. Eindelijk voelde hij iets, een mens - plotseling kreeg hij al zijn geest- en lichaamskracht terug. Hij schudde het lichaam door elkaar. Geen geluid: hij tilde de armen op, ze ploften, toen hij ze losliet, als lood met een doffen slag op het zand neer. God! Zou hij nog te laat zijn gekomen ? Zou dat geluid het laatste van een stervende geweest zijn ? Zou hij weer een lijk met verwrongen gelaatstrekken zien ?
Biografie : Eli Heimans (Zwolle, 28 februari 1861 – Gerolstein, 22 juli 1914) was een Joods-Nederlandse onderwijzer en natuurbeschermer. Hij leverde samen met Jac. P. Thijsse een belangrijke bijdrage aan de popularisering van de natuurstudie en legde mede de basis voor de natuurbescherming in Nederland.
Heimans werd geboren als zoon van Jacob Heimans en Elisabeth Valk. Hij volgde de lagere school en de HBS, maar maakte die laatste niet af, omdat hij in de ververij van zijn vader moest meehelpen. Heimans volgde aan de Zwolsche Normaalschool de opleiding tot onderwijzer en haalde er de hulpakte, hoofdakte, de akte voor wiskunde en de aktes voor drie vreemde talen.
In 1882 vestigde hij zich als jonge onderwijzer in Amsterdam, waar hij al snel bevriend raakte met Jan Ligthart. In 1881 solliciteerde hij naar de positie van derde onderwijzer aan de openbare lagere school in de Zwanenburgerstraat in Amsterdam...
Inhoud : Willem Roda woont met zijn ouders en zuster Emilia op de Bocht van de Herengracht te Amsterdam. Het is een rijk en voornaam gezin. Emilia verlooft zich met Herman Borgers en op dit feest zingt Willem, samen met de zuster van Herman, Emma Borgers voor het verloofde paar. Dan komt een goede vriend van vader, de advocaat Omens, vertellen dat Howell & Co. te Londen failliet is, zodat ook de familie Roda al hun geld verloren heeft.
De familie moet verhuizen naar een bovenhuis en vader moet als boekhouder gaan werken. De verloving tussen Emilia en Herman wordt verbroken, en Herman vertrekt naar Australië. Willem wordt op school erg gepest omdat ze nu arm zijn. Op een dag wordt hij zo driftig, dat hij "een schooier" bijna dood slaat. Hij wordt opgepakt en in het Rijksopvoedingsgesticht "De Kruisberg", nabij Doetinchem, opgesloten.
Hieruit ontsnapt hij, samen met zijn vriend Kees Knol, met behulp van twee jongens van het gymnasium. Hij verblijft enige tijd op de Veluwe in een plaggenhut bij boer Branse. Vandaar uit trekt hij verder naar Limburg, waar hij een onderkomen vindt bij Volsteke, die werk voor hem vindt als gids in de grotten van de Sint Pietersberg.
Op een dag redt hij een verdwaalde Engelsman, Lord Greybury, uit de grot. Deze is hem zo dankbaar, dat hij besluit Willem mee te nemen naar zijn bezitting in Australië. Op Darling-station is Mr. Walebone de squatter, hij is oneerlijk en Lord Greybury maakt zich niet bekend als eigenaar om hem zo te ontmaskeren.
Willem heeft zijn zuster beloofd om Herman Borgers te gaan zoeken op de goudvelden. Dat doet hij, samen met Kees Knol, die hij tot zijn verrassing ook in Queensland weer tegenkwam, en Lord Greybury. Onder leiding van de gids Jacky, maken ze levensgevaarlijke avonturen mee met de zwarte bewoners. Toch lukt het ze om Herman te vinden.
Lord Greybury heeft zich ondertussen als eigenaar bekend gemaakt en Mr. Walebone wordt verdreven. Nu werken Willem, Kees en Herman op Darling-station als squatters en brengen het bedrijf tot bloei.
Drie jaar later keren ze rijk terug naar Amsterdam, waar Willem herenigd wordt met zijn ouders...
Fragment uit het boek:
Ja, daar ginds aan het eind van de gang lag een voorwerp, waarvan de omtrek niet te onderscheiden was. De fakkel viel Willem uit de sidderende handen, zijn knieën knikten. Op den tast kroop hij voort, geen geluid hoorde hij meer. Eindelijk voelde hij iets, een mens - plotseling kreeg hij al zijn geest- en lichaamskracht terug. Hij schudde het lichaam door elkaar. Geen geluid: hij tilde de armen op, ze ploften, toen hij ze losliet, als lood met een doffen slag op het zand neer. God! Zou hij nog te laat zijn gekomen ? Zou dat geluid het laatste van een stervende geweest zijn ? Zou hij weer een lijk met verwrongen gelaatstrekken zien ?
Biografie : Eli Heimans (Zwolle, 28 februari 1861 – Gerolstein, 22 juli 1914) was een Joods-Nederlandse onderwijzer en natuurbeschermer. Hij leverde samen met Jac. P. Thijsse een belangrijke bijdrage aan de popularisering van de natuurstudie en legde mede de basis voor de natuurbescherming in Nederland.
Heimans werd geboren als zoon van Jacob Heimans en Elisabeth Valk. Hij volgde de lagere school en de HBS, maar maakte die laatste niet af, omdat hij in de ververij van zijn vader moest meehelpen. Heimans volgde aan de Zwolsche Normaalschool de opleiding tot onderwijzer en haalde er de hulpakte, hoofdakte, de akte voor wiskunde en de aktes voor drie vreemde talen.
In 1882 vestigde hij zich als jonge onderwijzer in Amsterdam, waar hij al snel bevriend raakte met Jan Ligthart. In 1881 solliciteerde hij naar de positie van derde onderwijzer aan de openbare lagere school in de Zwanenburgerstraat in Amsterdam...


